Het dorp

Lokatie

Chitungulu is gelegen in het centrale gedeelte van de Luangwa valley in oost-Zambia, op enkele kilometers afstand van de Luangwa rivier. In het kaartje rechtsonder is Chitungulu aangegeven met rode stip.

 

 

                             

 

Het Chitungulu Chiefdom grenst in het zuiden aan Mwanya Chiefdom, in het noorden aan Kazembe Chiefdom, en in het westen, aan de overzijde van de Luangwa rivier, aan Nabwalya Chiefdom. In het zuiden en oosten grenst Chitungulu aan Luambe National Park, dat met zijn relatief kleine omvang (247 km2) bijna een corridor vormt tussen de veel grotere, en meer bekende, South en North Luangwa National Parks. De GPS-coördinaten van Chitungulu zijn:

S12°26′18″, E32°21′33″.

 

Chitungulu wordt gezien als een van de meest geïsoleerde gebieden van het Lundazi district, waartoe het behoort.
Het ruim 120 km oostwaarts gelegen Lundazi is het eerste, dichtstbijzijnde stadje met een regionaal ziekenhuis, een vrij uitgebreide markt, en enkele winkels, vaak met waren uit het nabijgelegen Malawi. De reis van Chitungulu naar Lundazi neemt in het droge seizoen ongeveer vier uur in beslag. Vanwege de verwaarloosde staat van de weg en de zware kleibodem (black cotton soil) is Chitungulu gedurende enkele maanden in het regenseizoen praktisch afgesloten van de rest van het district.

 

 

De geïsoleerde ligging van Chitungulu komt ook tot uitdrukking in het ontbreken van aansluiting op het nationale electriciteitsnetwerk. Zelfs mobiel bellen is er niet mogelijk.
Al komt er in dat laatste de komende jaren waarschijnlijk verandering.

 

 

Korte geschiedenis

De geïsoleerde positie van veel dorpen in de Luangwa Valley is vooral topografisch bepaald door het moeilijk toegankelijke, stijle gebergte (escarpment) aan weerskanten van de vallei, met name aan de westkant. Toch heeft deze topografische hindernis door de eeuwen heen nooit een belemmering gevormd voor contacten met de buitenwereld. De Luangwa Valley was in prekoloniale tijden zelfs een belangrijke schakel in de lange-afstandshandel tussen het centraal-zuidelijke Afrikaanse plateau en de Swahili-handelaren aan de Afrikaanse oostkust. Van oudsher heeft de vallei diverse bevolkingsgroepen aangetrokken – groepen mensen die ofwel vluchtten voor geweld (denk aan rivaliserende clans, slavenronselaars, de Ng’oni expansie vanuit Zululand, en de Lala en Kunda immigraties) ofwel werden aangetrokken door de vruchtbare valleigronden, de rijke jachtgebieden en de handelsmogelijkheden.  

De veelvoud van identiteiten die de vallei daardoor kenmerkt, is effectief door het overwegend matrilineaire clansysteem geabsorbeerd; tot op de dag van vandaag zijn het nog steeds de clans en de afstammingslijnen die bepalen welke sociale verplichtingen en rechten men tot elkaar heeft.
 

De geschiedenis van Chitungulu is een goede illustratie van het eeuwenoude migratie- en assimilatieproces in de Luangwa Valley. De huidige bevolking stamt af van immigranten uit allerlei windstreken. Er wordt in Chitungulu overwegend Bisa gesproken, refererend aan de origines van diverse Bisa migrantengroepen, die samen een etnische minderheid vormen in Zambia’s Eastern Province, waar met name Ci-nyanja (Cewa) en Tumbuka/Senga sprekers wonen. De Bisa zijn nauw verwant aan de Bemba, Zambia’s grootste bevolkingsgroep die haar kerngebied in Zambia’s Northern Province heeft. De Bemba en Bisa arriveerden in Zambia rond de 16e eeuw, vanuit de Luba en Lunda staten van zuidelijk-centraal Congo. De Bisa vestigden zich op het plateau rond het noordelijke stadje Mpika in de tegenwoordige Muchinga Province, en enkele Bisa groepen daalden af in de Luangwa valley (de Valley Bisa). De meesten van hen bleven aan de westzijde van de Luangwa rivier, maar enkele groepen staken ook de rivier over om zich langs de oostelijke oevers te vestigen in de tegenwoordige Kazembe, Mwanya en Chitungulu Chiefdoms. Hier troffen zij diverse Cewa-sprekende groepen die door de Cewa-koning Mwase Kasungu vanuit het huidige Malawi naar de vallei waren gezonden om diens imperium, gebaseerd op de handel in ivoor met Kilwa en Mozambique, verder uit te breiden. Bisa en Cewa Chiefs wisselden elkaar af, en sinds de 20e eeuw bestaat de heersende lokale politieke elite in Kazembe, Mwanya en Chitungulu uit een Bisa-sprekende Cewa-minderheid die belangrijke Cewa tradities zoals de Nyau-initiatieriten heeft opgegeven.

Dankzij de strategische ligging van de diverse chiefdoms aan de Luangwa rivier, wisten de Bisa en Cewa de lange-afstandshandel met de Arabieren en later de Portugezen te beheersen. Ivoor en huiden werden geruild voor stoffen en gereedschap. Voor de Valley Bisa vormde de jacht een integraal onderdeel van hun politieke organisatie en cultuur, en jagers waren in hoog aanzien omdat zij de gemeenschap voorzagen van vlees, en bovendien dit vlees zorgvuldig verdeelden volgens cultureel bepaalde normen.

 

Sinds grote delen van het leefgebied van de Valley Bisa zijn ondergebracht in nationale parken, is veel van deze centrale rol van de jagers verloren gegaan. Tot op heden zijn er nog te weinig alternatieven ontwikkeld die de plaats van de jacht kunnen innemen, met als gevolg dat de Valley Bisa thans een gemarginaliseerd bestaan leiden.

 

Het leven van alledag

Chitungulu telt ongeveer 11.000 inwoners, waarvan een groot percentage kinderen en jong-volwassenen. Het dorp bestaat uit vele ‘villages’ die in essentie huishoudens zijn van families rondom familiehoofden (extended families): het gezin woont samen met ouders, enkele ooms en tantes, en dependentszoals aangenomen weeskinderen.

 

Het merendeel van de bevolking voorziet in de dagelijkse levensbehoeften door middel van kleinschalige landbouw voor eigen gebruik (subsistence farming), aangevuld met de verbouw van enkele economische gewassen (cash crops) zoals katoen. De meest populaire voedselgewassen zijn: mais (waarvan het basisvoedsel nshima wordt gemaakt), millet, cassava, sorghum, pindanoten, en rijst.

 

Daarnaast verbouwt men vaak wat tomaten en uien voor een saus, en wat andere groenten die als relish bij de hoofdmaaltijd nshimahoren. Vlees staat zeer sporadisch op het menu, en dan meestal gevogelte zoals kip en gedomesticeerde duiven en parelhoenen. Koeien, varkens en geiten komen in het gebied niet voor vanwege de aanwezigheid van de tsetse-vlieg, die een voor vee (en soms ook voor mensen) dodelijke ziekte overbrengt. Verder wordt ook vis gegeten, die echter duur is.

 

 

De illegale jacht verschaft incidenteel wat bush meat, terwijl ook de professionele jagers rondom de parken regelmatig een deel van de buit aan de omwonenden afstaan. In de natte zomermaanden van november tot maart wordt het dieet vaak aangevuld met lokale specialiteiten uit de bossen, zoals rupsen van de Mopane-mot, en vliegende termieten (termite alates), beide een rijke bron van proteïnen. Ook paddestoelen zijn populair.

 

Het gebied heeft in het verleden ernstige voedseltekorten en zelfs langdurige hongersnoden gekend: droogtes of juist extreme regenval en overstromingen komen er veelvuldig voor.
Ook vandaag de dag blijft de voedselvoorziening in dit gebied een precaire aangelegenheid. Naast de grillige weerselementen kunnen wilde dieren, zoals olifanten en buffels, een bedreiging voor de akkers vormen, en worden om die reden bijvoorbeeld ook geen grootschalige bananen- of andere fruitboomplantages aangelegd. (Momenteel wordt onderzocht hoe het voedsel beter tegen olifanten kan worden beschermd). 

 

Enkele inwoners van Chitungulu verdienen hun brood met gespecialiseerde werkzaamheden. Zo bieden de scholen werkgelegenheid voor onderwijzers, zijn er enkele winkeltjes die wat basisproducten verkopen, zijn er diverse lokale graanmolens, en werken er enkele ambachtslieden, zoals timmermannen verenigd in de Carpentry Club, en makers van bakstenen en mandenvlechters. Om iets meer te verdienen trekken de meeste mannen in de leeftijd van 20 tot 40 weg naar de steden, met name Lundazi, Chipata, of de hoofdstad Lusaka en zelfs de Copperbelt rond Kitwe/Ndola/Chingola. Door gebrek aan gerichte vooropleidingen wordt er in de steden meestal ongeschoold werk verricht. Arbeidsmigratie is vooral sinds de koloniale tijd een geïnstitutionaliseerde manier om geld, en bijbehorende status, te verdienen, en koppelt op die manier het geïsoleerde Chitungulu aan de rest van de Zambiaanse economie.  

 

De bevolking voorziet in haar energiebehoefte voornamelijk door het gebruik van fossiele brandstoffen: zo worden de maaltijden bereid op houtskoolvuurtjes. Wel ziet men steeds meer goedkope, Chinese zonnepaneeltjes die vaak slechts éen apparaat, zoals een radio of lamp, gaande houden. Kaalslag en ontbossing dreigt echter problematische vormen aan te nemen rond Chitungulu, die vraagt om meer structurele oplossingen. 

 

De gezondheidsvoorziening in Chitungulu is ontoereikend. Het dorp heeft een Rural Health Centre dat slechts basis-gezondheidszorg biedt. De werkdruk voor de lokale arts is hoog: naast de inwoners van Chitungulu behandelt hij ook patiënten uit de naburige chiefdoms die slechts bemand zijn met zgn. zonal health centres: kleine klinieken waar wel verpleegkundigen maar geen artsen werken. Dientengevolge trekt de arts regelmatig op zijn motorfiets naar naburige chiefdoms om assistentie te verlenen.

 

Distributie van medicijnen geschiedt in de hoofdstad Lusaka, en bereiken uiteindelijk Lundazi alwaar het moet worden opgehaald vanuit Chitungulu en de aangrenzende chiefdoms. Vaak zijn de hoeveelheden medicatie onvoldoende. Veel voorkomende diagnoses zijn: malaria (het hele jaar door), bilharzia, tuberculosis, worminfecties, diarree, bloedarmoede, HIV/AIDS, luchtweginfecties en complicaties gedurende bevallingen (vooral bij jonge tienermeisjes). Voor ernstige complicaties moet worden doorverwezen naar het districtsziekenhuis in Lundazi. Het komt regelmatig voor dat patiënten daar te laat arriveren, of zelfs niet eens het Rural Health Centre in Chitungulu op tijd bereiken. (Samen met het Rural Health Centre bekijkt de stichting in 2012 hoe wij de bevolking hierbij kunnen helpen).

 

Ook het onderwijs is in Chitungulu ontoereikend. Weliswaar zijn er enkele basisscholen die onder het Zambiaanse ministerie van Onderwijs vallen, maar deze zijn onvoldoende om de toestroom van kinderen op te vangen. Daarom kent Chitungulu een tweetal community schools: scholen die de gemeenschap zelf heeft opgezet om alle kinderen een kans op onderwijs te bieden. De stichting wil door steun aan deze scholen bereiken dat de kwaliteit van dit onderwijsaanbod wordt verbeterd. Middelbaar voortgezet onderwijs is mogelijk net buiten Chitungulu, waar de Lumimba missiepost ondersteuning geeft aan de Lumimba secondary school. Anders dan de basisscholen, waar het onderwijs gratis is, zijn er kosten verbonden aan het volgen van middelbaar onderwijs. Lang niet iedereen is daarom in staat voortgezet onderwijs te volgen. Voor vakopleidingen wordt doorgaans uitgeweken naar de provinciehoofdstad Chipata – in Chitungulu kunnen slechts weinigen zich dit veroorloven. 

 

Ondanks het harde leven op het platteland zijn de inwoners van Chitungulu, zoals zovele Zambianen in vergelijkbare omstandigheden, opvallend door hun positieve levensinstelling, optimisme en vitaliteit. Men ziet dit duidelijk aan de initiatieven en plannen die de inwoners naar voren brengen: al onze projecten zijn voortgekomen uit concrete wensen en behoeften vanuit de gemeenschap. Daarbij hechten de inwoners van Chitungulu veel waarde aan mogelijkheden tot ontplooiing via opleiding en kennisvergaring. Wie door Chitungulu rijdt, fietst of wandelt, merkt op dat de dorpen netjes onderhouden zijn. Er is opvallend weinig zwerfafval, en de lemen huizen zijn vaak versierd met decoratieve patronen. Bezoekers worden er hartelijk verwelkomd, nieuwsgierig als men is naar hun achtergrond en verhalen.
De inwoners van Chitungulu tonen zich moedige mensen met een trots verleden,
die ondanks soms mensonterende omstandigheden toch hun menselijkheid weten te bewaren.

 

                       

 

Wij zijn van mening dat de inwoners van Chitungulu alle steun verdienen in hun streven zich, naar eigen inzicht en op hun eigen manier, verder te ontwikkelen. Wilt u hen daarbij ook helpen, neemt u dan contact met ons op.

 

KvK-nummer: 55480330 • fiscaal nummer ANBI: 8517.31.569
Triodos bankrekeningnummer: NL82 TRIO 0254 7397 68

Copyright © Stichting Chitungulu.nl. All rights reserved.

stichting Chitungulu Chiefdom